Monopolyen met John Ewbank

Monopolyen met John Ewbank

‘Vijf uur heb ik aan het Koningslied zitten ploeteren. Vijf uur! Maar daar hebben die negativo’s maling aan. Ik ben veel te hard aangepakt, ik krijg gewoon stank voor dank.’

John Ewbank vouwt het Monopoly-bord uit en kijkt dan geschrokken op. ‘Nee! Ik wil de auto zijn!’ Met een ruk trekt hij het ijzeren stuk uit m’n hand. ‘Het is mijn spel! Ik ben de auto!’

We spreken af dat ik met het strijkijzer speel. Zelf mag hij nu, zoals in al zijn beurten, dubbel gooien. Terwijl zijn bolide door Groningen scheurt, gaat hij verder over de kritiek op zijn Koningslied. ‘Al die mensen snappen er niets van. Wat weet zo’n Wim Daniëls van songteksten? Wie is hier nou de componist? Ik toch?’

Zijn loper landt op Blaak. Volgens Ewbank mag je dan in één keer alle straten in Rotterdam opkopen. ‘Anders stop ik ermee.’

Een grote havenstad rijker vertelt hij: ‘Op vroege leeftijd bleek al dat ik artistiek zeer sterk was ontwikkeld. Iedereen gaf me complimentjes voor m’n werk.’ Hij wijst op een kleurplaat die ingelijst aan de muur hangt. Een paashaas, bekrast met een groen potlood.

‘Niet binnen de lijntjes? Wat ben jij zuur zeg! Heb ik gemaakt toen ik dertien was. M’n moeder vertelde me dat ze nog nooit zoiets moois gezien had.’ Bij die laatste zin glundert hij helemaal.

Dan belandt het autootje op de Kalverstraat, waar ik een hotel heb gebouwd. Ewbank trekt wit weg en smijt vervolgens het Monopoly-bord met stukken en al over tafel. ‘Ik heb geen zin meer! Ik stop ermee!’ Even is hij stil, een traan zwelt op in zijn ooghoek. ‘Heb je nou je zin?!’

Afbeelding: Mark Strozier

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *