Het recht om onfatsoenlijk te zijn

Onfatsoenlijk

Deze week stonden in verschillende media onze grondrechten ter discussie. In de Volkskrant werd gedebatteerd over een verbod op online anonimiteit, in Buitenhof een column over het inperken van persvrijheid. Allemaal in de naam van fatsoen. Terwijl niet iedereen daar behoefte aan heeft.

In opiniestukken op de site van de Volkskrant discussieerden Marc Davidson en Peter Teffer over een verbod op anonimiteit. Die eerste stelt dat een dergelijk verbod nodig is om een beschaafder debat te bewerkstelligen. Teffer is het daar niet mee eens. Hij vraagt zich namelijk of zo’n maatregel wel bijdraagt aan een fatsoenlijkere manier van debatteren en is bang voor de veiligheid van onze gegevens. En hoewel hij gelijk heeft dat een verplicht open online vizier geen goed idee is, gaat hij daarbij voorbij aan het belangrijkste argument: een verbod op online anonimiteit druist in tegen ons recht op privacy.

Eerder deze week hield Naema Tahir in tv-programma Buitenhof, en later in Pauw en Witteman, een pleidooi om onbeschofte journalisten van het Binnenhof te weren. Als voorbeeld gaf ze Rutger Castricum, die er volgens haar alleen op uit is om politici te kwetsen. Tahir stelde voor een commissie in het leven te roepen die bepaalt welke journalisten beschaafd genoeg zijn om de politiek te controleren. Die ballotage-groep zou kunnen bestaan uit politici. De bakker die dus zelf mag kiezen wie zijn bolletjes keurt. Einde persvrijheid.

Gebrek aan fatsoen

De overeenkomst tussen het pleidooi van Tahir en het debat tussen Teffer en Davidson is dat ze beide draaien om (een gebrek aan) fatsoen. En bij allebei de zaken is de geboden oplossing er een die veel te ver gaat.

Wat onbeschoft of onbeschaafd is, is subjectief. Waar de ene liever niet getutoyeerd wordt, vindt een ander het normaal vloekend en scheldend met elkaar aan tafel te zitten. Maar al was er een universele definitie van wat onfatsoenlijk is, zouden de aangedragen remedies in beide zaken geen optie mogen zijn.

“Alleen in dictaturen is iedere journalist fatsoenlijk”

“Alleen in dictaturen is elke journalist fatsoenlijk,” twitterde Castricum onlangs. Dat kun je jammer vinden of juist niet, en precies daar ligt hem de crux. Niet iedereen heeft dezelfde behoefte aan fatsoen.

Sommige mensen vinden het prettig om met elkaar de discussie aan te gaan en daarbij onfatsoenlijk over de schreef te gaan. Om anderen en zichzelf uit hun comfortzone te trekken. Vervelend als je daar tegen je zin bij betrokken wordt, maar meer dan dat is het ook niet.

Grondrechten

De discussie tussen Teffer en Davidson had moeten gaan over de impact die een verbod op online anonimiteit heeft op onze grondrechten, niet over de effectiviteit van de maatregel. Dat je een ander niet zijn vrijheden mag afpakken om je eigen waarden en normen op te dringen. Net zoals de kritiek op Tahir vooral gestoeld was op het feit dat zij de persvrijheid te grabbel wilde gooien, alleen om televisie die haar persoonlijk niet aanstond een halt toe te roepen.

De drang naar fatsoen is er een die niet door iedereen gedeeld wordt. Fatsoen is geen absolute noodzaak, en het zeker niet waard om grondrechten voor in te leveren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *